Abbreviaturen

Als er in muziek noten, tellen, maten of hele passages letterlijk herhaald worden, dan kunnen we gebruik maken van afkortingen. Daarmee voorkomen we onnodig notenschrijven.

De meest bekende afkorting is het herhalingsteken dat we gebruiken als een heel onderdeel van een stuk letterlijk herhaald moet worden:

 

Vaak komt het voor dat het einde van de herhaling net iets anders moet zijn dan de eerste keer. Dan gebruiken we prima volta en secunda volta (eerste keer, tweede keer):

 

Andere manieren om herhaling van een hele passage aan te geven:

  • D.C. al Fine (Da Capo al Fine) = herhaal vanaf het begin tot aan het woord Fine.
  • D.S. al Fine (Dal Segno al Fine) = herhaal vanaf het Segno-teken tot aan het woord Fine.
  • D.C. al Segno e poi Coda = herhaal vanaf het begin tot aan het Segno-teken en vervolgens de Coda. D.S. al Coda etc.

Tonen die herhaald worden worden vaak met abbreviaturen (=afkortingen in het notenschrift om de leesbaarheid te vergroten) genoteerd:

 

abbr_1 (20K)

 

Bij een herhaalde afwisseling tussen twee tonen geeft men met de notenvorm van beide tonen aan gedurende welke waarde de afwisseling moet plaatsvinden; met de waardestrepen hoe er verdeeld moet worden.

 

 

abbr_2 (12K)

 

 

Ook reeksen tonen die herhaald worden kunnen met een afkorting worden genoteerd:

 

 

Afkorten van rusten: meerdere maten rust worden soms door brede rusten met een cijfer erboven aangegeven. Dat cijfer geeft het aantal maten rust aan. Zulke rusten vind je vaak in orkest- en koorpartijen.