Popgeschiedenis les 2
De ontwikkeling van de Blues.
De Blues kwam pas op nadat de slavernij in 1865 in de Verenigde Staten daadwerkelijk werd opgeheven. Ten tijde van de eeuwenlange slavenhandel kennen we de Worksong, waaruit veel later de Blues is ontstaan. Hoe dat geklonken kan hebben, laat de volgende video wel zien. Typisch ook de call & response techniek:
De Afrikaanse slaven brachten niet enkel de ritmiek met zich mee, maar ook wel degelijk een vorm van melodie en harmonie, die van belang zijn geweest bij de ontwikkeling van de Blues in de Verenigde Staten.
We onderscheiden
- de Country Blues ( Folk Blues, nog niet 12 matig en nog niet altijd de harmonische trappen I, IV en V ) en
- de Klassieke Blues ( de 12-matige Classic Blues door zwarte zangeressen als Mamie Smith, Ma Rainey en Bessie Smith die de Bluesrage ontketenden; mannelijke zangers werden pas aan het eind van de 20-er jaren op de plaat opgenomen).
We kennen ook nog Bluesvormen die naar de regio van herkomst zijn ingedeeld, zoals de Delta Blues ( Mississippi-Blues ), de Texas (shuffle-) Blues, de Memphis-Blues, de Chicago-Blues (= Urban-Blues, City-Blues) en de Louisiana-Blues.
Veel landarbeiders kwamen naar Chicago, door de opbloeiende industrie, en de Blues die zij meebrachten was de Country-Blues. Gaandeweg werden echter elektrische gitaren toegepast ( om over de herrie van het publiek in de clubs uit te komen ), naast saxofoons en mondharmonica’s. De zwarten van Chicago vonden dit prima want zij wilden eigenlijk niet herinnerd worden aan vroegere tijden op het land. Na de Tweede Wereldoorlog én de ban op opnames ( doordat de bond van muzikanten vond dat er te veel werd gedanst op muziek van Jukeboxes i.p.v. op Live-muziek ) was de vraag naar Bluesmuziek zeer groot.
Kleine platenmaatschappijen schoten als paddestoelen uit de grond met als belangrijkste Chess-records met Muddy Waters als grootste Bluesartiest onder contract. Vertegenwoordigers van de Chicagostijl zijn Big Bill Broonzy, Willie Dixon, Elmore James, Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Muddy Waters (1915-1983) was één van de beste slide-gitaristen en zangers in de Bluesmuziek. Hij was door zijn nette verschijning de pleitbezorger voor de Blues.
T-Bone Walker (1910-1975) was de eerste die op het eind van de veertiger jaren de elektrische gitaar in de Blues ging toepassen.
Op het eind van de 50-er jaren veranderde de Chicago-stijl door toedoen van B.B. (Blues Boy) King, ‘The King of the Blues’, die de gitaarsnaren afzonderlijk liet klinken en daarmee de nieuwe bluesgitaartechniek introduceerde. B.B. King (1925) is de meest geïmiteerde elektrische gitarist in de populaire muziek. Hij luisterde veel naar T-Bone Walker en Jazzgitaristen als Charlie Christian en Django Reinhardt
De Downhome Chicago City Blues en de Urban Blues van mensen als B.B. King vormden een belangrijk aandeel van de markt voor zwarte muziek. Een andere invloed was afkomstig van de Big Band Swing van de dertiger jaren, vooral die meer op de Blues gebaseerde groepen. Door de opkomst van de BeBop-Jazz in de veertiger jaren keerden veel Big band-muzikanten zich hier van af omdat het niet dansbaar zou zijn. I.p.v. terug te gaan naar de aloude New Orleans-Jazz gingen zij hun heil zoeken in de Jump Blues ( ofwel Jump ’n Jive ). Altsaxofonist Louis Jordan richtte in 1938 zijn Tympany Five op dat een mengsel speelde van R & B en Jazz, de Jump Blues, gebaseerd op de Boogie-Woogie pianoritmes (Shuffle). Deze band van Jordan was uitermate populair in de veertiger jaren, zowel bij een zwart als blank gehoor. De Jumpbands stonden aan de voet van de Rhythm and Blues-ontwikkeling. Mensen als Louis Jordan namen de Jazzstijl van de Big Bands over, slankten de band af tot een kleinere bezetting en voegden een zware beat toe.