Hoofdstuk 6: Meerstromenland

6.1: culturele interactie

In de loop van de twintigste eeuw namen industrialisatie en technische innovatie spectaculair toe in de wereld. De revolutionaire toegankelijkheid van de meeste plekken op aarde door radio, tv, het internet of andere nieuwe media heeft een intensieve culturele uitwisseling tot gevolg gehad. Daarvan is sprake wanneer verschillende (muzikale) culturen elkaar ingrijpend beïnvloeden, waarbij echter ook altijd een van beide domineert. Hiervan was in de muziekgeschiedenis al veel vaker, zo niet voortdurend sprake (denk bijvoorbeeld aan Debussy), maar in de jaren zestig en zeventig is deze tendens versterkt naar voren gekomen. Deze culturele interactie hoeft niet per se plaats te vinden tussen etnische groepen; er kan ook sprake zijn van interactie tussen sociale groepen.

Oost en west
Bij John Cage is de invloed van oosterse filosofie bepalend voor de manier waarop hij zich in zijn werk vereenzelvigt met de natuur zonder tussenkomst van het bewustzijn. Er zijn vergelijkbare artistieke uitgangspunten in veel naoorlogse muziek uit Oost en West, zoals het principe klank boven structuur of een minder doelgerichte tijdbeleving. In oosterse muziek wordt tijd vaak opgevat als circulerend en zich herhalend. Als gevolg daarvan wordt meer aandacht geschonken aan klankkleur, polyritmische structuren en cyclische vormen, eigenschappen die gemakkelijk kunnen worden herkend in avant-gardemuziek.

gagakudef (31K)

Een Japans Gagaku orkest dat eeuwenoude hofmuziek ten gehore brengt.

Muziekvoorbeeld: Gagaku: Tashi Kicho: eeuwenoude Japanse hofmuziek

Door elementen van hun traditionele cultuur te gebruiken in een westers idioom waren Japanse componisten als T�ru Takemitsu (1930-1996) de eersten die zich een plaats wisten te veroveren op de westerse concertpodia in de late jaren vijftig. Westerse componisten met een diepgaande interesse in etnische culturen zijn minder gemakkelijk te vinden, maar een voorbeeld is Ton de Leeuw (1926-1996), die zowel structureel als mentaal een werkelijke synthese van Oost en West nastreefde in zijn werk. Voor hem was modaliteit (het gebruik van modi in de brede zin van een verzameling muzikale en buitenmuzikale eigenschappen, zoals de Indiase raga) de kernfactor in zijn zoektocht naar wat culturen verbindt.

Muziekvoorbeeld: Ton de Leeuw: Car nos vignes sont en fleur (1981), fragment met microtonale modi en een imitatie van de zg. Javaanse apendans

In onze tijd vindt culturele interactie plaats in het krachtenveld tussen mondialisering en regionalisme. We leven in een wereld die in cultureel opzicht is gedesoriënteerd. De universele taal van muziek bleek uiteindelijk eurocentrisch te zijn; tegelijkertijd is de geografische spreiding van muziek complexer dan ooit. Culturele identiteit wordt bepaald door sociale en culturele omstandigheden, maar men wordt ook geconfronteerd met een groeiende, krachtige en wereldwijde economische vertakking die de verschillen tussen regionale culturen nivelleert.