| Hoofdstuk 5: De wereld een dorp 5.3 Klank, taal, beeld De extreme vormen van subjectieve gevoelsuitingen in het expressionisme van de vroege vrij-atonale muziek was wellicht ook een crisis van de betekenisgeving in muziek, dat wil zeggen over de vraag wat muziek uitdrukt. Na de Eerste Wereldoorlog was er een algemene verandering merkbaar in de manier waarop werd nagedacht over de functie van muziek, zowel in het Franse als in het Duitse cultuurgebied. De extreme nadruk op subjectieve expressie in laat-romantische muziek paste niet meer bij het nieuwe moderne tijdperk en de toon werd meer en meer afstandelijk en ironisch.
Nieuwe experimenten De Europese avant-garde, beünvloed door Cage en fluxus vanaf het eind van de jaren vijftig, werd zich meer bewust van theatrale aspecten van kunst. Performancekunstenaars benadrukten in de jaren zestig lichamelijkheid en psychologie in hun werk, waarbij vaak het eigen lichaam werd gebruikt in confronterende of choquerende events. Ook de muzikale avant-garde experimenteert op het gebied van taal, klank en theater. In het werk van Luciano Berio (1925-2003) is het onderwerp vaak betekenis en expressie, waarbij gebruik wordt gemaakt van tekst of �vocaal gedrag� uit het dagelijks leven met een spectrum aan menselijke emoties. Veel van zijn werken zijn bedoeld als onderzoek naar de communicatiemogelijkheden tussen muzikale tradities van vroeger en nu. Muziekvoorbeeld: Luciano Berio: Sequenza 3 (1966)
Mauricio Kagel (1931) schreef veel kleinschalige muziektheatrale werken waarin hij aspecten van het muziekleven becommentariëert. In zijn composities staat muziek nooit op zichzelf, maar is gelijkwaardig met het visuele aspect of het gebruik van taal. Vandaar de term instrumentaal theater voor zijn muziek, waarin zowel de klinkende als de niet-klinkende (visuele) elementen zijn gecomponeerd. Zijn techniek is vaak gebaseerd op het vervreemden van bestaande bronnen, waardoor zijn muziek ironische en komische trekken vertoont met een serieuze ondertoon.
vorige | volgende |