Hoofdstuk 3: Tussen de oorlogen

3.2 de muziekindustrie en jazz

In de loop van de 19e eeuw werd de kloof tussen amusementsmuziek en kunstmuziek dieper. Aanvankelijk is er stilistisch weinig verschil tussen een lied van Mendelssohn en Stephen Foster, maar naarmate de harmonische en melodische complexiteit van kunstmuziek toenam raakte het idioom van populaire muziek steeds verder achter, hetgeen lange tijd een uitwisseling met kunstmuziek in de weg stond.

Tin pan alley
De basis voor de moderne muziekindustrie werd gelegd met de opkomst van de eerste commerciËle muziekuitgeverijen in New York, met kantoor in West 28th Street, tussen Sixth Avenue en Broadway in Manhattan (Tin Pan Alley).
Componisten werden in dienst genomen om aan de vraag te voldoen. Commerciële technieken werden toegepast, zoals song-pluggers, tussenpersonen die theaters en impressarios ervan probeerden te overtuigen nieuwe liedjes in hun musicals en vaudeville shows op te nemen.

Gershwin (18K)
George Gershwin in de tijd dat hij song-plugger was voor Tin Pan Alley

Jazz
Het ontstaan van de jazz is omgeven door mystificaties. Zij onstond uit minstrel music, een racistische vorm van amusement waarbij zwart geschminkte blanken de zwarte bevolking parodiëerden, maar die na de afschaffing van de slavernij (1863) ook door zwarten zelf werd uitgevoerd. Naast de banjo werden ook instrumenten uit militaire kapellen trompet, tuba, trom gebruikt. Jazz was altijd een mengsel van verschillende culturen: West-Afrikaanse zang (tertsroep, tooncentrum, blue note) met Europese harmonie (marsen en polka's) en Spaanse (Caribische) invloeden, vooral ritmisch (syncopering). De eerste jazzmuziek ontwikkelde zich uit deze invloeden in New Orleans en was zeer populair in cafés en nachtclubs.

minstrel (15K)
een minstrel music artiest

Muziekvoorbeeld: King Oliver (1885-1938) -Chimes Blues (1923)

Ragtime
Anders dan jazz (die werd geïmproviseerd) was ragtime genoteerde muziek (gesyncopeerde marsen en polka's) die onmiddelijk populair was bij het blanke publiek en door de Tin Pan Alley componisten werd geadopteerd.

scott_joplin_mapple (29K)

Big bands en swing
Uit de collectieve improvisaties over een harmonisch schema kwamen vaak solisten naar voren die dan de trekpleister werden voor het publiek. Met het belang van de solist groeit ook de behoefte aan goede arrangementen en neemt het aandeel van de begeleiders in de improvisaties af. Er ontstonden grote dansorkesten die, hoewel strikt gescheiden, onder zwarten en blanken populair waren (big bands). De composities werden verfijnder in harmonisch opzicht en een belangrijk element in de melodiestructuur werd gevormd door riffs: korte en sterk ritmisch bepaalde figuurtjes die een aantal keren herhaald worden (swing).

Muziekvoorbeeld: Duke Ellington (1899-1974) -Take the A-train (1939)

Bebop en free jazz
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen zwarte jazzmusici in opstand tegen de commercialiteit van de swing-stijl van de big bands door een eigen nieuwe stijl te ontwikkelen, de bebop. Zij gebruikten kleine combo's (saxofoon, piano, bas en drums) en speelden snelle virtuoze muziek met ingewikkelde harmonische progressies. Bebop is niet langer dansmuziek en speelde een rol in de politieke emancipatiebeweging van de zwarten, die het zoeken naar nieuwe muzikale expressiemiddelen met de een eigen identiteit verbonden. In de jaren zestig werden de traditionele tonale kaders meer en meer verlaten om uit te monden in free jazz (atonaal, vrije ritmiek)