Terug

Antimetrische figuren.

Het ritmische notenschrift is gebaseerd op het uitgangspunt, dat iedere noot te verdelen is in twee gelijke helften (noten met een punt zijn in principe driedelig). Maar een notenwaarde is ook in drieën, vijven, zessen etc. te verdelen. Dan ontstaan de zogenaamde antimetrische figuren.

De bekendste antimetrische figuur is de triool: "drie in de tijd van twee". Een kwintool verdeelt een waarde in 5, een sextool in 6, een septool in 7, en een novemool in 9 gelijke delen.

Voor de notatie van antimetrische figuren geldt de volgende regel: de vorm van de noot wordt zo gekozen, dat de antimetrische figuur een versnelling is van de normale verdeling.

Voorbeeld:
Een kwartnoot kan worden onderverdeeld in 4 zestiende noten.
Een kwintool, die een kwartnoot in 5 delen verdeelt, wordt dus genoteerd als een reeks van 5 zestiende noten, wat een versnelling geeft.

 

Als driedeligheid norm is, zoals in 6/8 e.d. is tweedeligheid een antimetrische figuur. De duool verdeelt een gepunteerde noot in 2, de kwartool in 4 gelijke delen.

 

Let op: kwartolen worden soms als vertraging, soms als versnelling genoteerd: