| Alteratie | verhoging of verlaging van een toon in een toonladder of akkoord (een niet-laddereigen toon chromatisch, verhoging of verlaging). |
| Ambitus | bereik (afstand tussen hoogste en laagste toon) |
| Beweging | stapsgewijs, sprongsgewijs; intervalgebruik; stijgend, dalend |
| Cadens, melodische; functie | Slotformule, bijvoorbeeld ^3-^2-^1. |
| Diatoniek | binnen een toonsoort |
| Chromatiek | Het uitbreiden van de diatoniek door gebruik van verhogingen en verlagingen van halve toonsafstanden. |
| Curve | stijgen, dalen, golfvorm; pieken, dieptepunten, climaxen De vorm van de melodie (contouren), wanneer je het grafisch zou weergeven. |
| Diatoniek | majeur/mineur Het toepassen van de diatonische toonladder (toonreeks waarbij hele en halve noten elkaar afwisselen). |
| Diminutie | omspeling van een toon (d.m.v. neighbour tones) (of wanneer de oorspronkelijke lengte wordt verkleind door kleinere notenwaarden). |
| Discant-clausule, syncopated discant-clausule,leidtooncadens | 1-7-1. De zeven is een halve toonsafstand van de 1 af. Vaak als slotformule gebruikt of als melodische cel. Het kan helpen bij het stabiliseren van een toonsoort. |
| Omspelingstoon; doorgangstoon; boven- en onderwisseltoon | versieringstoon, bijv. neighbourtone. Doorgangstoon: toon die wordt gebruikt om van de ene toon naar de andere toon te gaan met stapjes van secundes (bijv. c-d-e, d is doorgangstoon). Boven- en onderwisseltoon versieringstoon bijv. neighbourtoon. |
| Functies van tonen | een toon kan verschillende functies hebben, bijv. leidtoon, doorgangstoon, grondtoon, hoofdtoon, versieringstoon, neighbourtone, etc. |
| Leidtoon | een toon die spanning opwekt doordat hij de verwachting wekt om opgelost te worden naar de grondtoon (de leidtoon ligt vaak een halve secunde hoger of lager dan de toon waarnaar hij wil oplossen). |
| Lineaire progressies | stijgende of dalende lijn die lineair (stapsgewijs) verloopt. |
| Hoofd | |
| of structurele toon | belangrijkste tonen in een melodie. |
| Melodische analyse | het analyseren van een melodie (welke hoofdtonen komen er voor, welke beweging: stijgend/dalend, etc.) |
| Melodische cadens | een opeenvolging van tonen die de toonsoort definieert en daarmee een voorlopig of definitief rustpunt in de muziek betekend. |
| Melodische cel | een aantal toonhogten achter elkaar, meestal kort en bestaat uit weinig tonen. Een componist gaat daarmee aan de slag die verwerkt of varieert het. Het kan van een ritme voorzien zijn, dan heet het een ritmisch melodisch motief. |
| Melodisch patroon | hetzelfde als melodische cel of melodisch motief. |
| Modi | pentatoniek, hexatoniek, octotoniek, Moll-Dur |
| Motief | kort en herkenbaar muzikaal gegeven (bevat karakteristiek ritme en melodisch of harmonisch materiaal). Kan een onderdeel van een thema zijn, maar kan ook zelfstandig zijn. Het is het kleinste element van de muzikale zinsontleding. Hopfiguur bijv. |
| Muzikale betekenis, functie van een toon C binnen een toonvoorraad | is toon c ^1, of ^3 of ^7 etc.. |
| Buurtoon, wisseltoon | wanneer een toon wordt versierd door middel van een andere toon en vervolgens weer teruggaat (bijv. ^3^2^3 de 2 is de Neighbourtone (N). |
| Doorgangstoon | vormt een verbinding tussen twee akkoordeigen-tonen (bijv. drieklank Cmajeur, c-d-e, dan is d de doorgangstoon (P). |
| Prolongatie | het verlengen van een toon, interval, akkoord via versieringstonen (het in de tijd zetten van een toon, interval, akkoord). Een basistoon van waaruit zich een melodielijn ontwikkelt. |
| Register | octaafgebied |
| Sequens | een onmiddellijk op andere toonhoogten herhaalde melodie of harmonie met behoud van de onderlinge lengteverhoudingen, onafhankelijk van het tempo. Voornamelijk in barokmuziek. |
| Slotformule | manier waarop een melodische zin kan worden afgesloten. Bijvoorbeeld ^1^7^1 of ^3^2^1 of ^5^6^7^1. |
| Structurele of hoofdtoon | belangrijkste toon die vaak word omspeeld/versierd door neighbourtones. |
| Toon herhaling | herhaling van dezelfde toon, bijv. c-c. |
| Tonica, supertonica, mediant, subdominant, dominant, submediant, leidtoon | de benamingen van de tonen uit een toonladder. Tonica =1, t/m leidtoon =7. |
| Thema | het onderwerp van een stuk waar de componist steeds op terug komt. Een thema heeft een zekere lengte. Het is een herkenbare muzikale zin, frase of melodie die als uitgangspunt dient voor de verdere muzikale compositie. Een thema bestaat uit meerdere motieven. |
| Transpositie | muziek in een andere toonsoort zetten (bijvoorbeeld: melodie c-d-e (in C-groot) wordt nu in A-groot: a-b-cis. |