Transponeren modi
Het transponeren van modi, (hier: kerktoonsoorten) vertoont dezelfde regelmaat als die van de majeur- en mineurtoonsoorten. Een quint omhoog betekent een kruis meer, een quint omlaag een mol meer. De quintencirkel is dus weer van toepassing.
Om te kunnen bepalen welke voortekens maken we gebruik van de "parallelle" grote terts-toonsoort, d.w.z. de grote terts-toonsoort met dezelfde voortekens. We weten dat d-dorisch, e-phrygisch, f-lydisch en g-mixolydisch dezelfde voortekens hebben als C groot (namelijk: geen). Bedenken we dat de afstand tussen d en c een grote secunde is, tussen e en c een grote terts, tussen f en c een reine kwart en tussen en g en c een reine quint, dan kunnen we de voortekening van getransponeerde kerktoonsoorten gemakkelijk bepalen.
Voorbeeld:
- Wat is de voortekening van a-dorisch? Als d-dorisch qua voortekening overeenkomt met C-groot (d-c = grote secunde), dan komt de voortekening van a-dorisch overeen met G-groot (a-g = grote secunde).
- Wat is de voortekening van g-phrygisch? Als e-phrygisch qua voortekening identiek is aan C-groot (e-c = grote terts), dan komt de voortekening van g-phrygisch overeen met Es-groot (g-es = grote terts).
- Wat is de voortekening van bes-lydisch? Als f-lydisch qua voortekening identiek is aan C-groot (f-c = reine kwart), dan komt de voortekening van bes-lydisch overeen met F-groot (bes-f = reine kwart).
- Wat is de voortekening van fis-mixolydisch? Als g-mixolydisch qua voortekening identiek is aan C-groot (g-c = reine kwint), dan komt de voortekening van fis-mixolydisch overeen met B-groot (fis-b = reine kwint).
Er zijn nog meer relaties tussen het majeur-mineur-systeem en modi te bedenken. Maar bovenstaand ezelbruggetje is voldoende.