%abc-2.2
%%writefields Q false
%%beginps
/caret{2 copy M -2 8 RM 2 3 RL 2 -3 RL stroke
/Helvetica 8 selectfont M -2 1 RM show}!
%%endps
%%deco c1 3 caret 10 3 3 1
%%deco c2 3 caret 10 3 3 2
%%deco c3 3 caret 10 3 3 3
%%deco c4 3 caret 10 3 3 4
%%deco c5 3 caret 10 3 3 5
%%deco c6 3 caret 10 3 3 6
%%deco c7 3 caret 10 3 3 7
%%deco c8 3 caret 10 3 3 8
%%titleleft 1
%%musicspace 0
%%composerspace 0
%%stretchlast 1
%%staffsep 66pt
%%vocalspace 18
%%titlefont Times-Bold 16
%%vocalfont Times-Italic 10
%%measurefont Times-Italic 12
%%annotationfont Times 8
%%stretchlast 1
Altereren en moduleren
Simpele genres zoals volks-, kinder- en gelegenheidsliederen, veel popsongs en eenvoudige klassieke stukjes blijven doorgaans in één en dezelfde toonsoort. Wat ingewikkelder melodieën maken evenwel gebruik van meerdere toonsoorten. Om een nieuwe toonsoort te kunnen waarnemen, is het nodig dat er een bepaalde tijd in deze nieuwe toonsoort gemusiceerd wordt; immers: we moeten -al luisterend- de nieuwe toonvoorraad met haar nieuwe toonrelaties kunnen vaststellen. Bovendien moet de oorspronkelijke toonsoort uit het gehoor/geheugen verdrongen zijn, of tenminste op de achtergrond zijn geraakt. Is dat het geval dan spreken we over moduleren.
Tussen deze 2 uitersten -één en dezelfde tonica gedurende het gehele stuk(je) versus duidelijke auditieve ervaring van andere tonica('s)- doen zich een aantal nuanceringen voor: soms dreigt de muziek slechts de toonsoort te verlaten, of gebeurt dit inderdaad zonder dat een nieuwe toonsoort wordt bevestigd. Dan lijkt het of de oorspronkelijke toonsoort slechts verrijkt is met 'vreemde', kleurrijke tonen; of kortweg: met alteraties.
Laddervreemde tonen
In zowel majeur als mineur-muziek vind je altijd wel verhogingen en verlagingen die niet tot de toonsoort behoren. We kunnen twee situaties onderscheiden:
1. Alteratie
hierbij wordt de toonsoort alleen maar verrijkt en krijgt meer kleur door toevoeging van chromatische elementen. De tonica blijft gehandhaafd.
Een alteratie heeft vrijwel altijd een leidtoonwerking; een verhoging werkt als een leidtoon naar de bovensecunde, een verlaging als een leidtoon naar de ondersecunde.
X:1 %T: M:none L:1/4 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:G clef=treble G2 d F | G ^G A ^A | B A G F | G4 |]
Door alteraties kunnen bijzondere intervallen ontstaan. De belangrijkste zijn de verminderde terts en de omkering daarvan, de overmatige sext. Zij zijn het gevolg van de verhoging van de 4e toon in de mineurtoonladder (leidtoon naar de 5e toon = dominant).
X:1 %T: M:none L:1/4 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:Amin clef=treble A, B, C ^D E F ^G A || "verminderde terts"[^DF]4 [EE]4 | "overmatige sext"[F^d]4 [Ee]4
2. Modulatie
Bij modulatie is er sprake van een (tijdelijke) verandering van de toonsoort. Een andere toon (bijv. de dominant) neemt de rol van de grondtoon over ('de muziek moduleert naar bijv. de dominant'). Onderstaand - te korte- fragment is een voorbeeld van een modulatie. Het zal echter duidelijk zijn dat er meer moet gebeuren wil je de nieuwe toonsoort ook als een nieuw thuis ervaren.
X:1 %T: M:none L:1/4 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:G clef=treble "G groot"G2 d F | G A B d | "D groot"d ^c d2 |]
Let op: aan het begin van de melodie wordt G groot vastgelegt via 1 7 1 en aan het einde D groot, ook weer via 1 7 1 (maar dan vanuit tonica D gedacht).
Meer informatie over moduleren vind je onder het menu Analyse.