%abc-2.2
%%writefields Q false

%%stretchlast 1

%%beginps
/caret{2 copy M -2 8 RM 2 3 RL 2 -3 RL stroke
        /Helvetica 8 selectfont M -2 1 RM show}!
%%endps
%%deco c1 3 caret 10 3 3 1
%%deco c2 3 caret 10 3 3 2
%%deco c3 3 caret 10 3 3 3
%%deco c4 3 caret 10 3 3 4
%%deco c5 3 caret 10 3 3 5
%%deco c6 3 caret 10 3 3 6
%%deco c7 3 caret 10 3 3 7
%%deco c8 3 caret 10 3 3 8

 

Relaties tussen toonsoorten

Voor de relaties tussen toonsoorten wordt een bepaalde terminologie gehanteerd.

Kwintverwant

Twee toonsoorten zijn kwintverwant als de grondtonen een kwint van elkaar verwijderd zijn. C groot is dus kwint verwant met G groot en F groot.

Tertsverwant (mediant)

Twee toonsoorten zijn tertsverwant als de grondtonen een terts van elkaar verwijderd zijn. C groot is tertsverwant met

  • E groot of E klein
  • Es groot of Es klein
  • A groot of a klein
  • As groot of as klein

De vaak gebruikte term paralleltoonsoort is een bijzondere vorm van tertsverwantschap:

  • Je vindt de mineurparallel van een gegeven toonsoort door in de betreffende toonsoort vanuit de tonica een kleine terts omlaag te gaan.
  • Je vindt de majeurparallel van een gegeven toonsoort door in de betreffende toonsoort vanuit de tonica een kleine terts omhoog te gaan.

Elke majeur-toonsoort heeft zijn mineurparallel en elke mineur-toonsoort zijn majeurparallel. Voorbeelden:

  • Majeurparallel van a klein : C groot
  • Mineurparallel van F groot: d klein

Varianten of gelijknamige toonsoorten.

De relatie tussen de grote en de kleine terts toonsoort met dezelfde grondtoon is ook altijd dezelfde: deze noemen we elkaars variant of een gelijknamige toonsoort. Dergelijke toonsoorten verschillen altijd 3 voortekens. Voorbeelden:

  • b klein (2 kruizen) en B groot (2 + 3 = 5 kruizen)
  • G groot (1 kruis) en g klein (1 - 3 = -2 kruizen = 2 mollen)