%abc-2.2
%%writefields Q false

%%stretchlast 1

 

Afgeleide intervallen.

De stamtonenreeks op c bestaat uit de volgende tonen: c-d-e-f-g-a-b.

We kunnen deze tonen zodanig rangschikken dat tussen de tonen onderling een reine kwint van elkaar verwijderd zijn: f-c-g-d-a-e-b. Omdat de tonen van de stamtonenreeks te ordenen zijn in kwintintervallen, wordt de stamtonenreeks diatonisch genoemd. Het begrip is van toepassing op alle toonladders, waarvoor de 'kwinteneigenschap' geldt. De toonladder van C-groot is dus een diatonische toonladder.

De intervallen tussen de tonen van een diatonische toonladder worden diatonische intervallen genoemd. Het interval e-f is een dus een diatonisch halve toonsafstand (ter onderscheiding van de later aan bod komende chromatische halve toonsafstand). Met behulp van voortekens kunnen we nieuwe, afgeleide intervallen maken.

Methode:

  1. verhoging van de hoogste toon of verlaging van de onderste toon
  2. verlaging van de hoogste toon of verhoging van de onderste toon

Voorbeelden

d-f = kleine terts; d-fis en des-f zijn grote tertsen
c-e = grote terts; c-es en cis-e zijn kleine tertsen

Let wel: bij deze veranderingen blijft de familienaam gehandhaafd (f wordt fis en niet ges)

 

Uit de voorbeelden wordt duidelijk dat een klein interval een groot interval kan worden en omgekeerd. We kunnen bij vergroting en verkleining van intervallen de volgende regels opstellen:


verminderd <-> rein <-> overmatig
verminderd <-> klein <-> groot <-> overmatig

Voorbeelden

c - g = rein; ces - g en c - gis overmatig
c - g = rein; cis - g en c - ges verminderd
c - d = groot; c - dis = overmatig en c - des = klein
e - f = klein; e - fis = groot en e - fes = verminderd

 

X:1
%T:
M:none
L:1/1
%%MIDI program 79
Q:1/1=72
K:C clef=treble
[CG] [_CG] [C^G] || [CG] [^CG] [C_G] || [CD] [C^D] [C_D] || [EF] [E^F] [E_F] ||