%abc-2.2
%%writefields Q false

%%stretchlast 1

 

Consonante en dissonante intervallen.

Is het klankresultaat tussen twee gelijktijdig klinkende tonen vol spanning, 'wrijving', dan spreken we over een dissonant interval. Ontbreekt deze spanning dan spreken we van een consonant interval.

Tussen consonante en dissonante intervallen bestaat een bijzondere relatie (als we denken aan de westerse muziek tot ca. 1900): de dissonanten, de spanningsintervallen dus, hebben een oplossingsdrang; zij willen 'ontspannen' (oplossen) in een consonant interval. Dat gebeurt via een trapsgewijze beweging van één of beide stemmen (in het laatste geval is er sprake van 'krimpen' -het oplossingsinterval is kleiner dan de dissonant- of 'spreiden' - het oplossingsinterval is groter dan de dissonant).

 

X:1
%T:
M:none
L:1/1
%%MIDI program 79
Q:1/1=72
V:1 clef=treble
V:2 clef=bass
K:C
V:1
D E | D C | "spreiden"B, C | "krimpen"F E ||
V:2
C-  C | E,- E, | F, E, | B, C ||

 

Dissonante intervallen zijn alle secundes, septiemen, overmatige en verminderde intervallen. Consonant zijn primen, tertsen, reine kwarten en quinten, sexten en octaven.

Onvolkomen en volkomen consonanten.

Binnen de consonanten wordt nog een verschil gemaakt tussen onvolkomen en volkomen consonanten. Onvolkomen consonanten zijn tertsen en sexten, volkomen consonanten zijn prime, reine kwart en kwint en rein octaaf. De onvolkomen consonanten worden in vergelijking met de volkomen consonanten als minder statisch ervaren.